Uitgelicht

Apollo’s Nieuwe-jaers-gift

EPSON MFP image

Uit 1742 dateert dit nieuwjaarsgeschenk van de god Apollo: een bundel liedjes die hij aan de zangkunst cadeau doet en die hij opdraagt aan het ‘bekoorlyke Hollandsche jufferschap’, dus aan alle aantrekkelijke Hollandse meisjes.

IMG_0389a

Het liedboekje werd uitgegeven door Jan van den Bergh in Den Haag. Het is een vrij dikke bundel van 192 pagina’s met zo’n 90 liederen en nog wat voor- en nawerk. Het is niet bekend wie de samensteller van de bundel is. De opdracht is ondertekend door R.E.W. maar wie of wat daarachter schuilgaat weet ik niet.

IMG_0384

Mijn exemplaar is samengebonden met vier vergelijkbare liedboekjes. Zo’n samenvoeging van meerdere boeken in één band was vroeger heel gewoon. Tot begin negentiende eeuw kwam een koper niet met een gebonden boek maar met een stapeltje bedrukte losse bladen een boekwinkel uit. Daarmee liep men naar een boekbinder die de bladen tot katernen vouwde en inbond. Een koper kon ook besluiten om verschillende teksten samen in één band te laten zetten. Dat was voordeliger, en samenhangende of tegelijk verschenen publicaties had men zo altijd bij elkaar. Onder boekhistorici heet zo’n verzamelband een convoluut. Kopers konden bovendien zelf kiezen voor een eenvoudige papieren of kartonnen omslag, maar ook voor een duurdere leren of perkamenten band, waarop desgewenst nog weer allerlei versieringen konden worden aangebracht. Een en dezelfde uitgave kan dus in heel verschillende banden voorkomen en zowel apart gebonden als samen met andere boeken in een convoluut.

IMG_0388

Ik heb er geen idee van wie degene is geweest die mijn convoluut heeft laten binden, maar hij of zij heeft er wel werk van laten maken. De kartonnen platten zijn met leer overtrokken en daarin zijn met stempels versieringen ingebrand, die vervolgens met bladgoud zijn opgevuld. De randen van het papier zijn ook met bladgoud bestreken (‘goud op snee’) en daarin is zelfs weer een omtreklijntje geciseleerd. Hoewel het bandje maar 16 x 10 centimeter meet, moet het mede dankzij de omvang van in totaal ruim 900 bladzijden toch best een luxe indruk gemaakt hebben. Het was geen goedkoop liedboekje om in je jaszak mee naar de kroeg te nemen, eerder een deftige bundel voor gebruik in huiselijke kring. Maar de tand des tijds heeft er intussen wel behoorlijk aan geknaagd…

IMG_0385

Apollo is de god van de muziek dus het is niet vreemd dat veel liedboekjes van oudsher zijn naam in de titel dragen. Al in 1615 verscheen in Amsterdam Apollo of Ghesangh der musen. Andere titels (allemaal ontleend aan de onvolprezen Short-Title Catalogue Netherlands) zijn onder meer Apollos harp (1658), Apolloos minne-sangen (1663), Appolloos snaaren (1664) en Den lacchenden Apoll uitbarstende in drollige rymen […] en vermaakelyke minne-zangen (1703). (Zelfs voor een eigennaam als Apollo bestond nog geen vaste spelling.)

 

Meer van zulke Apollo-titels vinden we ook in dit convoluut. Het eerste onderdeel is Apollo’s Kermis-gift. Eerste deel, ook uitgegeven door Jan van den Bergh in Den Haag, in 1743. (Dit is de tweede druk; de eerste druk was van 1740.) Dan volgt Apollo’s Kermis-gift. Tweede deel, eveneens verschenen bij Jan van den Bergh in 1743. Het derde onderdeel is Apollo’s nieuwe-jaers-gift, waar dit blog om begonnen is, en het vierde is Apollo’s St. Nicolaas-gift aan Minerva. Dat liedboek wijkt een beetje af van de drie voorafgaande, want het werd niet uitgegeven in Den Haag maar door Johannes van Kerckhem in Leiden, in 1741. Het laatste onderdeel van het convoluut bestaat uit Jan van Elslands Gezangen, of het vrolyk gezelschap der negen zanggodinnen (Haarlem, 1730). Hoewel dus wat ouder dan de andere uitgaven past het er inhoudelijk goed bij. En Apollo’s naam mag dan niet in de titel staan, die ‘negen zanggodinnen’ zijn de negen muzen, de godinnen van zangkunst, literatuur en wetenschap, die hem vaak begeleidden.

Waaruit bestaat nu Apollo’s nieuwe-jaers-gift? Het boekje begint met een gegraveerde titelprent en de bijbehorende uitleg op rijm. De scene is een mengeling van klassiek-mythologische en achttiende-eeuwse figuren. Gezeten op een wolk en omkranst met zonnestralen overhandigt de god Apollo zijn liedteksten aan de godin van de zangkunst, denkelijk een van de muzen. De personages op de achtergrond doen de dingen die in de liedjes bezongen worden: drinken, leuren met koopwaar, wanhopen van liefdesverdriet, roken, verleiden. De staande man links zal wel een herder uit een van de vele herderszangen voorstellen. Op de voorgrond zit de eeuwige criticaster Momus, maar volgens de ‘Verklaering van de tytel-prent’ hoeft niemand naar hem te luisteren.

EPSON MFP image

Na de titelpagina volgt de ‘Opdracht aan de bekoorlyke juffers’. De schrijver verontschuldigt zich eerst bij de Haagse meisjes aan wie hij zijn eerste liedboek, Apollo’s kermis-gift, had opgedragen, want deze nieuwe bundel is voor álle Hollandse meisjes. Maar de Haagse schonen hoeven zich niet gepasseerd te voelen; zij maken daar immers een heel aanzienlijk deel van uit. Met veel omhaal van woorden verdedigt hij zich ook tegen degenen die de liedjes uit zijn eerste bundel maar platvloers en niets waard vonden. Als dat waar was zou dat liedboek niet zo goed verkocht zijn!

De opdrachtschrijver gaat er prat op dat alle liedteksten in Apollo’s nieuw-jaers-gift nieuw zijn. Het is geen ‘opgewarmde kost’, zegt hij, ‘het is een nieuw gerecht en niet veel ouder als dit jaer’. Dat mag waar zijn, maar de liedjes behoren wel stuk voor stuk tot heel traditionele genres. De inhoud is een grote mengelmoes van herderszangen, liefdesliedjes, drinkliedjes en spotliedjes – of combinaties daarvan – die allemaal gezongen kunnen worden op de melodieën van bekende bestaande liederen. De tekstdichters blijven onvermeld; vermoedelijk moeten ze vooral in kringen van studenten en literaire gezelschappen gezocht worden. De kwaliteit van de teksten is heel wisselend. Ik moet bekennen dat al die liedjes over zeer inwisselbare Clarindes, Cliomenes, Carilenes en Chlotildes me niet zo kunnen boeien. Maar daar staan hele schalkse liefdesliedjes en vrolijke drank- en spotliedjes tegenover. Voor die teksten verwijs ik graag naar GoogleBooks, waar het hele liedboek digitaal te vinden is. Een ongewijzigde herdruk uit 1745 staat in een makkelijker leesbare vorm in de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL).

Maar één tekst wil hier wel opnemen. Dat is die van het enige nieuwjaarslied uit Apollo’s nieuwe-jaers-gift. Niks geen goede voornemens, beste wensen of mooie toekomstverwachtingen. Deze zanger huivert van het nieuwe jaar. Want nu moet hij zich weer blauw gaan betalen aan fooien: voor de vuilnisman, de nachtwaker, de lantaarnopsteker, de barbier, de pruikenmaker, de collectanten voor het weeshuis, de torenwachter, de tamboer van de burgerwacht, de hondenslager, de cafébaas, de meid, de knecht en wie al niet…

EPSON MFP image

EPSON MFP image

 

Ik wens alle lezers van dit blog een vrolijk 2020!

Jan Bos, 1 januari 2020. Blog 14

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling ***

Iets zeer belangrijks voor U op blz. 14

(Voor Jiske en Willem)

 

EPSON MFP image

 

Ik was eigenlijk op zoek naar liedboekjes voor fietsers. Maar die zijn er niet. Dat komt niet door een gebrek aan fietsliedjes. Daar zijn er juist heel veel van. ‘Hoe sterk is de eenzame fietser’ (Boudewijn de Groot), ‘Veilig achterop bij vader op de fiets’ (Paul van Vliet), ‘Als ik twee maal met mijn fietsbel bel’ (Max van Praag), ‘Bicycle race’ (Queen), om er maar een paar te noemen. Op de website van de Nederlandse Fietsersbond staat een playlist van ruim vijftig nummers. De Belgische fietsersbond geeft er zelfs meer dan honderd. Op andere internetfora zijn nog meer lijstjes te vinden en de provincie Drenthe heeft in 2015 een CD met fietsliedjes uitgebracht. Maar toch is er nooit een gedrukte fietszangbundel verschenen. En dat terwijl je prima kunt zingen op de fiets. Natuurlijk is het niet slim om bladerend in een liedboekje door druk verkeer te rijden. Maar er zijn fietspaden en stille landweggetjes genoeg waar het best zou kunnen. En – in tegenstelling tot appen – is lezen op de fiets niet bij de wet verboden.

 

IMG_0438a

 

Zangbundels voor wandelaars en trekkers zijn er daarentegen volop. Dit is maar een selectie. Titels als ‘Op stap’ en ‘Naar buiten!’ zijn zelfs meer dan eens gebruikt, voor heel verschillende uitgaven. En zoals steeds bij liedboeken zijn er flinke verschillen in uitvoering: groot en klein, dikker en dunner, goedkoop en wat luxer, met en zonder muzieknoten, met en zonder kleuren en illustraties enzovoort. Sommige zijn uitgebracht door (wandelsport-)verenigingen, andere door gewone uitgeverijen. Over elk van die boekjes zou het nodige te vertellen zijn, maar dit is degene die ik het boeiendst vind:

 

EPSON MFP image

 

Dit 2e Bundeltje wandelliedjes is uitgegeven door het Utrechts Volkszangkoor “Ons Lied”. Het heeft maar 32 bladzijden en is heel eenvoudig van uitvoering. Een enkel nietje houdt de blaadjes bij elkaar. Ik weet niet eens precies hoeveel liedjes het zou moeten tellen, want er staat geen inhoudsopgave in en mijn exemplaar is incompleet. Het binnenste dubbelblad, dus pagina 15/16 en 17/18, is er ooit zorgvuldig uitgehaald. Verder is het boekje nog in redelijke staat. In bibliotheekcatalogi heb ik geen ander exemplaar kunnen vinden. Evenmin trouwens van het 1e Bundeltje wandelliedjes, dat er natuurlijk ook geweest moet zijn. Dat het zo zeldzaam is, is de eerste reden waarom ik het leuk vind.

De tweede reden is de omslag, waarop de advertentie voor Wouterse’s aardappelen een veel ruimere plek krijgt toebedeeld dan de titel van het boekje. Een speciaal voor de gelegenheid opgestelde advertentie trouwens, in een stevig zwart kader, met de fraaie slagzin ‘’t Wandelen gaat veel beter als U Wouterse’s aardappelen heeft gegeten’, een motto met een goed ritme en een prettig onnadrukkelijk halfrijm. Dat zal Wouterse best klandizie hebben opgeleverd. Onderaan de omslag is met een stempel in groene inkt het woord KOORGEBRUIK aangebracht. Daarover later nog iets meer.

 

EPSON MFP image

 

Het meest intrigerend is natuurlijk dat bovenschrift: ‘Iets zeer belangrijks voor U op blz. 14.’ Ik moest meteen denken aan van die websites die je voor iets heel anders opent, maar waar het eerste wat je ziet een onweerstaanbare link naar een sensationele aanbieding is. En op de omslag van een ongewenste reclamefolder zou het ook niet misstaan: ‘Hoeveel hebt U gewonnen? Kijk meteen op pagina zoveel.’ Maar op de voorkant een liedboekje ben ik zoiets nooit eerder tegengekomen.

 

EPSON MFP image

 

Die reclame voor Wouterse’s aardappelen is overigens niet de enige in het boekje. Heel de omslag is verder met advertenties gevuld en her en der tussen de liedjes treffen we ze ook aan. Het gaat om allemaal Utrechtse firma’s en dat zorgt voor een leuk lokaal tintje. Voor Utrechtse Sprits en Utrechtse Theerandjes bijvoorbeeld moet u naar Blankert, hofleverancier in de Schoutenstraat.

 

EPSON MFP image

 

Heel toepasselijk is de advertentie van “Yankee” op Voor Clarenburg 1. Deze Heren- en Dameskapper is tevens gediplomeerd Pedicure en Voetverzorger. En (ook al half rijmend) ‘Ieder sportman voedt zich met vleesch van P.H. v. Wees & Zn. Steenweg 54.’

 

EPSON MFP image

 

De bakkers van Lubro (dat staat voor Luxe Brood- en Banketbakkerij) hebben zelfs een speciaal prentje laten maken van vrolijk zingende wandelaars in de zonneschijn om hun Lubro-brood voor groot en klein aan te prijzen. Maar denk vooral niet dat zomaar iedere firma reclame mocht maken. ‘De adverteerders in dit bundeltje zijn uitsluitend 1e klas zaken!!’ met twee uitroeptekens.

 

EPSON MFP image

 

De couleur locale beperkt zich niet tot de advertenties. Het slotlied van het zangboekje luidt ‘Onze Maliebaan’, overigens een van de minst geslaagde teksten. Want wat verder opvalt is dat het bundeltje vooral echt leuke, vrolijke liedjes bevat. Sommige waren bekend en zijn uit andere liedboeken overgenomen, maar veel liedjes zijn nieuw en speciaal voor deze gelegenheid geschreven en gecomponeerd. Zo vind ik ‘De Fakkeloptocht’ hierboven echt grappig, met dat beeld van mensen in nachtgoed die menen ongezien naar de stoet te kunnen kijken, maar intussen zelf juist bekeken worden. Een ander fraai voorbeeld is de ‘Tippelmarsch’. (Het woord ‘tippelen’ had anno 1940 nog vrijwel uitsluitend de betekenis van ‘een flink eind lopen’.)

 

EPSON MFP image

 

Maar verreweg het meest geslaagd is ‘De Hollandsche Soldaten’. Die houden van een geintje en dienen stoer het vaderland. Maar ze kunnen o zo slecht zonder hun vriendinnetje…

 

EPSON MFP image

 

Behoorlijk uitzonderlijk is dat vrij goed te achterhalen valt onder wat voor omstandigheden dit liedboekje boekje gemaakt en gebruikt is. Dat is in de eerste plaats te danken aan het voorwoord. Dat staat op een tamelijk vreemde plaats. Zoals vaak bij goedkope boekjes is er geen titelpagina; de omslag doet als zodanig dienst. Het voorwoord had dus op de eerste tekstpagina kunnen staan, maar daar staat meteen een jolig liedje: ‘Wie zingt er mee!’ Pas op de tweede bladzijde vinden we het voorwoord. Dat is geschreven door J.H.B. Pastoor, secretaris van het genoemde volkszangkoor “Ons Lied”, en gedateerd ‘Febr. 1940’. Het begint als volgt:

Beste Vrienden,
Het Utrechts Volkszangkoor “Ons Lied” onder leiding van den heer G.H. Goossens, stelt U dit jaar wederom in de gelegenheid ons eigen Hollandsche lied op Uw wandeltochten te zingen!
Wat dit betekent heeft U verleden jaar kunnen merken, toen wandelsportverenigingen van buiten de provincie verbaasd waren omdat bijna geen buitenlandse liederen in Utrecht gezongen werden, maar échte Nederlandse liedjes langs de wegen klonken.
Dit werk, dat wij voor U belangloos doen, kunt U ons het best belonen door ONS EIGEN NEDERLANDSE LIED STEEDS DE VOORKEUR TE GEVEN; en voorts door U op te geven als donateur van “Ons Lied” à 10 cent per maand of f 1,- per jaar.

Het boekje was dus niet bedoeld voor de eigen leden van “Ons Lied”, maar voor Utrechtse wandelsporters die juist geen lid zijn van dit zangkoor. En het was niet toevallig dat de liedjes zo geslaagd zijn, want de samenstellers hebben daar extra hun best op gedaan.

Een krantenbericht uit het Utrechts Volksblad van 28 februari 1940 geeft nog meer achtergrondinformatie.

 

Utrechts volksblad sociaal-democratisch dagblad 28-02-1940 p.6 a

 

Er werden dus in maart en april 1940 vijf gratis zangrepetities gehouden, speciaal voor leden van Utrechtse wandelsportverenigingen en andere geïnteresseerden. Daar werden wandelliedjes ingestudeerd aan de hand van dít boekje. De gewone leden van “Ons Lied” waren daar natuurlijk ook bij aanwezig en ik vermoed dat het gestempelde ‘KOORGEBRUIK’ op de omslag betekent dat dit een exemplaar voor een van de eigen leden was.

Je zou denken dat er in het voorjaar en de zomer van 1940 niet veel terechtkwam van wandelen en zingen. Toch was dat niet zo, blijkens dit krantenbericht van maandag 1 juli 1940, ook weer uit het Utrechts Volksblad.

 

Utrechts volksblad sociaal-democratisch dagblad 01-07-1940 p.6 a

 

Misschien was de uitdrukkelijke oproep om in wandeluniform te komen wel een subtiele manier om andere dan Duitse uniformen in het straatbeeld te laten verschijnen. Een meer expliciete verwijzing naar de oorlogssituatie is dat de opbrengst van de verkoop van de programmaboekjes ten goede komt van het Grebbe-comité. Die commissie was kort tevoren opgericht om hulp te bieden aan de bewoners van Scherpenzeel en omgeving van wie de huizen en andere bezittingen tijdens de slag om de Grebbelinie vernield of zwaar beschadigd waren. Ook op die zangavond op 2 juli kan dit 2e Bundeltje wandelliedjes dus nog eens dienst gedaan hebben. Dat een liedboekje zo precies in een historische context geplaatst kan worden, maakt het in mijn ogen extra bijzonder.

 

EPSON MFP image

 

En o ja, hoe zit het nou met dat zeer belangrijke bericht op pagina 14?

Dat gaat over een trouwe metgezel,

25 jaar gegarandeerd,

heel geschikt om een belangrijk document mee te ondertekenen…

 

EPSON MFP image

 

Jan Bos, 22 januari 2020. Blog 15

 

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling ***

1950 tiental

(Voor Lia)

Tiental kinderliedjes gezongen door A.V.R.O.’s kinderkoor “Jacob Hamel”

Van 1933 tot 1939 gaf de A.V.R.O. elk jaar een bundel uit met tien kinderliedjes die voor de radio gezongen waren door A.V.R.O.’s kinderkoor. Het waren hele moderne, kleurrijke bundels op uitzonderlijk groot formaat, met de liedteksten, zangstem en pianobegeleiding. De inhoud van de liedjes sloot altijd aan bij de kinderbeleving en nodigde vaak uit tot dansen of meebewegen. Als er al een opvoedkundig tintje aan zat, dan was dat niet zwaar op de hand. De melodieën waren ook steevast opgewekt en niet te moeilijk. Niks geen crisistijd: vrolijke lammetjes, kwakende kikkertjes en geen grotere zorgen dan lastige schoolsommen.

Op papier en uitvoering van de bundels werd niet beknibbeld. Bij elk lied stond minstens één foto of tekening en ook daar glom het zang- en speelplezier vanaf. Nu bieden ze een prachtig tijdsbeeld qua mode en speelgoed. Die illustraties waren het werk van Piet Marée, die ook de hele vormgeving verzorgde.

De oorlog had aan de wekelijkse uitzendingen van het kinderkoor een eind gemaakt. Daarmee was ook een einde aan de reeks liedboekjes gekomen. De dirigent van het koor, de musicus Jacob Hamel, was in Sobibor omgebracht. In 1946 werd het naar hem genoemde kinderkoor heropgericht, nu onder leiding van Herman Broekhuizen. Maar het zou tot 1950 duren voor er weer een Tiental werd uitgebracht. ‘De vooroorlogse uitgaven vonden een zo gretig onthaal dat nu, ondanks de sterk gestegen kostprijs, een nieuwe uitgave door de A.V.R.O. aangedurfd werd’, staat er in het voorwoord. Desondanks is het bij dit ene naoorlogse Tiental gebleven.

Aan de liedjes en de vormgeving heeft dat niet gelegen. Het stramien uit de jaren dertig werd voortgezet, al was het formaat een fractie kleiner en was het kenmerkende bindkoordje vervangen door een metalen ringbandje. De liedjes, foto’s en tekeningen waren weer net zo vrolijk. Net als in zijn vele knutselboeken paste illustrator Piet Marée soms een verrassende collagetechniek toe. Zwartwitfoto en kleurentekening werden in één illustratie gevat.

Bij de liedjes zitten een paar evergreens, bijvoorbeeld ‘Als hier een pot met bonen staat’. Maar de meeste teksten en melodieën zijn nieuw gecomponeerd door Herman Broekhuizen. Daarvan is ‘Een treintje ging uit rijden’ zo bekend geworden, dat je zou denken dat het al veel langer op het kinderrepertoire had gestaan. Het werd voorzien van maar liefst twee tekeningen van treinen, én van suggesties om zelf nieuwe coupletten te bedenken met telkens anders bewegende reizigers.

Diezelfde aanmoediging om te bewegen zit ook in het lied ‘Liesje’:

Liesje, Liesje, olijke Liesje
Liesje, Liesje, lach toch eens wat!
Lachen is geen schande.
Klap eens in je handen.
Dans dan maar van hop-sa-sa,
Lach dan maar van ha-ha-ha.
Liesje, Liesje, lach dan wat.
Ha, ha, ha ha ha!
Liesje, Liesje, lach dan wat!
Ha, ha ha ha!

Op een grappige manier opvoedkundig is het liedje ‘Eenentwintig cent’, dat meteen ook een telversje is:

 Een en twintig cent, twee en twintig cent,
 Drie en twintig centen, vier en twintig cent,
 Vijf en twintig cent, zes en twintig centen.
 Rin-kel-de-kink, zo doen de centen,
 Rin-kel-de-kink, wat ben ik rijk!
 Sparen maar, sparen maar,
 Honderd gulden bij elkaar.
 Sparen maar, sparen maar!
 Varkentje vul je buikje maar! 

Helaas kwam de reeks niet meer op gang. Het bleef het bij die ene uitgave uit 1950. Zulke kleurrijke liedboeken zijn er sindsdien nooit meer verschenen. Overigens bracht de omslag van het 1950 tiental mij meteen mijn kinderjaren in herinnering. Niet dat we thuis een piano hadden of dat ik piano kon spelen. Maar zulk kapsel en zo’n vreselijke wollen kriebeltrui had ik wel!

Jan Bos, 13 december 2019. Blog 13

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Baby- en peuterliedjes uit 1989.

(Voor Jiske)

Precies dertig jaar geleden, in 1989, verscheen dit bundeltje Baby- en peuterliedjes. Jonge ouders in Den Haag kregen het gratis mee op het consultatiebureau. Meer dan acht bladzijden telt het niet, de voor- en achterkant meegerekend. Dertien liedjes in totaal. Meer hoeft ook niet, want baby’s en peuters zijn dol op herhalingen. Het hele boekje lijkt qua opmaak eigenlijk nog het meest op een medische voorlichtingsfolder. Maar in dat korte bestek geeft het toch een prachtig tijdsbeeld.

Een aanstekelijk vrolijke tekening van Guusje Kaayk siert de omslag. Ik kan niet uitmaken of het een vader of een moeder is die hier ‘Zo rijdt een damespaard’ aan het zingen en het hopsen is. De peuter op schoot vindt het in elk geval prachtig. En de poes ook. Het speelgoedaapje in de kindervuist lijkt een speelse verwijzing naar het bekende en bekroonde prentenboek ‘Monkie’ van Dieter Schubert, dat drie jaar eerder verschenen was.

Dieter Schubert, Monkie. Rotterdam, Lemniscaat 1986

Ik denk dat die ouder met opzet genderneutraal getekend is – net als die peuter trouwens. Het hele boekje straalt aan alle kanten gelijkwaardigheid en goede bedoelingen uit. In een korte inleiding staat dat peuters ervan houden ‘om dichtbij papa of mama een liedje te zingen of een spelletje te doen’. De vaders zijn dus net zo belangrijk als de moeders. Liedbundels met titels als Met moeder zingen of Het spel van moeder en kind konden anno 1989 echt niet meer.

Uit de keuze van de liedjes blijkt ook op een andere manier dat iedereen erbij hoort en mee mag doen. Naast negen Nederlandse liedjes vinden we een Surinaams en een Marokkaans verjaardagsliedje, het aloude ‘Vader Jacob’ in het Turks, en een heel lang Marokkaans slaapliedje. (Slapen Marokkaanse kinderen zo slecht in?) In die samenstelling zie je duidelijk een streven naar een harmonische multiculturele samenleving.

Nog zo’n goede bedoeling is om kinderen tijdens het zingen te laten bewegen. Veel liedjes zijn ook bewegingsspelletjes, daar zijn ze op uitgekozen. De peuter kan paardje rijden bij ‘Het damespaard’, heen en weer wippen bij ‘Op een grote paddestoel’ en met zijn armpjes zwaaien bij ‘Zo gaat de molen’. Ouders worden nadrukkelijk aangemoedigd om al meteen met hun baby’s die spelletjes te gaan spelen.

En het wordt nog educatief verantwoorder als het kindje tegelijk van alles over zijn lichaam leert. Daarvoor dienen benoemversjes als ‘Naar bed, naar bed, zei Duimelot’ en ‘Mag ik in jouw straatje lopen’ en ‘Twee handjes op de schouders’. Bij elk zinnetje wordt tussen haakjes uitgelegd welk gebaar daarbij hoort. Op internet zijn tegenwoordig heel veel sites met voorgespeelde baby- en peuterliedjes te vinden, maar daar was het in 1989 nog te vroeg voor. Maar je kon wel gratis een videofilm lenen waar bijna alle liedjes op te horen én te zien waren.

Bij het allerlaatste liedje, ‘Slaap, slaap gerust’ vroeg ik me af of de politieke correctheid niet een beetje was doorgeslagen. Er zijn veel varianten op dit liedje, maar allemaal hebben ze gemeen dat het engeltjes zijn die trouw de wacht zullen houden bij het slapende kindje. Hier worden ineens kabouters tevoorschijn getoverd. Was dat om elke verwijzing naar welke geloofsrichting dan ook te weren?

Hoe dan ook, Baby- en peuterliedjes is een zeer verantwoord maar ook leuk, simpel liedboekje, waar alle Haagse baby’s uit 1989 hele blije en gelukkige mensen van geworden kunnen zijn.

Jan Bos, 9 mei 2019. Blog 12

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Ter herinnering aan het Vredesfeest, Rotterdam, 1945

Dit is het meest aandoenlijke liedboekje uit mijn verzameling.

Op Rotterdam-Zuid, vlakbij het Feyenoordstadion, net aan de andere kant van de spoorlijn, stond de 2e Joh. Bogermanschool. Daar werd op zaterdag 30 juni 1945 een vredesfeest georganiseerd. Nog geen twee maanden eerder was de oorlog geëindigd. Het centrum van Rotterdam lag nog in puin. Maar de stad was eindelijk vrij.

Ter herinnering aan dat vredesfeest wordt een klein liedboekje uitgegeven met de teksten van toen gezongen liedjes. De datum is op de omslag met de pen aangepast. Kennelijk stond het feest aanvankelijk voor eerder in de maand gepland; waarschijnlijk stond er eerst 23 juni.

Het boekje telt maar acht liedjes. Meer hoeft ook niet. Het aandoenlijke zit hem in de plaatjes. Die zijn gemaakt door een onbekend kind, deels getekend, deels geplakt met stukjes gekleurd papier. Samen met de liedjes laten ze zien wat de vrede in 1945 voor kinderen betekende: een kinderoptocht met vlaggetjes – vader die eindelijk weer thuiskomt – Canadese vliegtuigen die ‘kaakjes en nog heel veel meer’ brengen – de school met een grote oranje vlag en bloemen voor de ramen…

Ik laat hier het hele boekje zien.

Natuurlijk zijn er veel meer van die boekjes gemaakt, door allerlei schoolkinderen. Je kunt je voorstellen hoe ze er hun best op hebben zitten doen. Misschien hielp het ze een beetje om hun trauma’s te verwerken.

Een vergelijkbaar liedboekje is te vinden in Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, Eigen nummer G-1). Maar helemaal identiek is het niet. Natuurlijk zijn de plaatjes anders, want die maakte ieder op zijn eigen manier. Maar ook de titelpagina wijkt af en deels bevat het andere liedjes. Als datum draagt het 5 mei 1945. Dat is de dag van de Duitse capitulatie; je kunt je moeilijk voorstellen dat er op dezelfde dag al een georganiseerd feest mét een gedrukt liedboekje was. In dit geval is de datum dus niet die van het vredesfeest zelf, maar van de reden voor het feest. De uitgever is de Vereeniging voor C.V.O. (Christelijk Voortgezet Onderwijs) te Feijenoord en Hillesluis (twee wijken in Rotterdam Zuid). De 2e Johannes Bogermanschool zal daar deel van uitgemaakt hebben. Waarom er deels andere teksten in opgenomen zijn, laat zich lastig verklaren. Misschien was het voor oudere schoolkinderen bestemd. Dankzij de website van Museum Rotterdam kan ik ook alle liedjes en plaatjes uit dat liedboekje hier laten zien.


Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, omslag)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 2-3)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 4-5)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 6-7)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 8-9)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 10-11)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 12-13)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 14-15)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 16-17)

De plaatjes zien er veel beter uit dan die in mijn eigen exemplaar. Ze lijken gemaakt door een ouder kind, met meer artistieke aanleg. Of misschien wel door een leerkracht. Op de voorkant staat de naam van Mej. Zinkweg. Op Schoolbank zijn leerkrachten van die naam te vinden, zij het niet gekoppeld aan Rotterdam. Maar mooi of niet, beide liedboekjes geven een onvervangbaar beeld van wat een van de eerste bevrijdingsfeesten in Nederland geweest moet zijn.

Jan Bos, 5 mei 2019. Blog 11.

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

1 mei. Dag van de Arbeid. Dag van het rode lied

Op 1 mei 1971 verscheen het Roodliederenboek van de SJ. In dit geval staat SJ niet voor de jezuïetenorde (Societas Jesu), maar voor Socialistische Jeugd van Nederland. En die Socialistische Jeugd mag ook zeker niet verward worden met de Jonge Socialisten, de jongerenorganisatie van de Partij van de Arbeid.

De Socialistische Jeugd was een radicaal-socialistische beweging uit de jaren ’60 en ’70 van de twintigste eeuw. Met onder meer protestdemonstraties en bezettingen zetten ze zich in voor de klassenstrijd en tegen het grootkapitaal. Ze waren opruiend genoeg om door de Inlichtingendiensten in de gaten te worden gehouden, maar daar was in die tijd ook weer niet zo heel veel voor nodig. Tot hun meer gematigde activiteiten behoorde het uitgeven van het tijdschrift Esjee en van de ‘Roodfrontreeks’. Als deel 3 in die reeks kwam dit Roodliederenboek uit.

Het Roodliederenboek van de SJ staat min of meer aan het eind van de traditie van deze socialistische zangbundels. Het is in verschillende opzichten opmerkelijk en uiteindelijk verrassend. Laten we beginnen bij de kleur. Rood is de kleur van het communisme/socialisme. “Het rode vaandel volgen wij.” Als socialistische liederenbundels een (steun-)kleur hebben voor omslag, belettering of illustratie, dan is dat altijd rood; dat is op de foto hierboven goed te zien. Waarom is dan voor dit liedboek, met zelfs het woord ‘rood’ in de titel, gekozen voor oranje? Was dat bedoeld als provocatie, of als geintje?

Wie voor de samenstelling van de inhoud verantwoordelijk was, wordt niet vermeld. Het boekje zet meteen de toon met ‘De Internationale’ in het Frans, Duits en Nederlands en bevat vooral internationale revolutionaire liederen. Enkele dateren oorspronkelijk al van de Franse revolutie en er zijn ook een paar Spaanse en Italiaanse bij. Maar de meeste zijn geput uit het Duitse arsenaal van bekende twintigste-eeuwse tekstschrijvers en componisten als Bertolt Brecht en Hanns Eisler. Sommige liederen zijn voorzien van muzieknotaties, die dan steeds uit een Duitse bron zijn overgenomen. De soms bijgeleverde Nederlandse vertalingen ken ik niet van elders. Ik heb de indruk dat die vertalingen speciaal voor dit boekje gemaakt werden en zelden gezongen zijn.

Wat nu vooral opvalt aan de liederen is de verbetenheid, de grimmigheid en het militarisme. Er wordt wat afgemarcheerd, op barricades gestaan en bloed geofferd! De strijd is compromisloos en genadeloos. De harde, zwarte illustraties ademen diezelfde sfeer. Portretten van Marx en Lenin tekenen de achtergrond van de bundel, maar brengen echt geen vrolijkheid teweeg. Tussendoor staan een paar korte teksten over de historische achtergrond van de liederen en enkele advertenties voor langspeelplaten met revolutionaire teksten en strijdliederen.

En wat is het allemaal lelijk gedaan! Die vroege socialistische zangbundels waren over het algemeen goedkoop maar netjes geproduceerd. Dit boekje lijkt met behulp van stencilmachine en fotokopieerapparaat opzettelijk slordig, ‘arbeideristisch’, in elkaar geflanst. De druk van de notenbalken is soms nauwelijks leesbaar. De afbeeldingen lijken kopieën van kopieën van kopieën. De ambtelijke paginanummering (streepje – spatie – nummer – spatie – streepje midden onderaan de bladzijde) lijkt aangebracht door iemand die net van Schoevers afkwam. Zelfs de advertenties zijn zo onaantrekkelijk als maar kan.

Van de 64 bladzijden zijn de laatste tien gereserveerd voor een viertal toen actuele Nederlandse liederen. In twee daarvan worden -traditiegetrouw- geestverwanten op de korrel genomen die niet radicaal genoeg zijn. In het sarcastische ‘P.v.d.A.-marslied’ wordt de PvdA verweten te heulen met de NATO, de liberalen en het grootkapitaal. En in het ‘H-Bom’ lied krijgt de zachtmoedige P.S.P. (de toenmalige Pacifistisch Socialistische Partij) ervan langs.

De twee laatste liederen uit het boekje (zonder titel en ook zonder wijsaanduiding) hebben betrekking op de Maagdenhuis-bezetting uit 1969, waar de Socialistische Jeugd actief aan deelnam. Het Maagdenhuis was het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam en met de bezetting wilden studenten inspraak in het beleid afdwingen.

Maar toch – hoe fel en hard die vier Nederlandse liedjes ook zijn, de sfeer ervan is anders dan in de andere liederen. Verwijzingen naar opmarcherende arbeidershorden ontbreken. Verbeten agressiviteit heeft plaatsgemaakt voor bijtende spot. En een paar toepasselijke Vader en Zoon-cartoons van Peter van Straten zorgen onverwacht ook voor een beetje humoristische relativering na de dodelijke ernst van de rest van de bundel.

Ook de achterkant van het boekje is een verademing. De tekening is natuurlijk een persiflage op de bekende Uncle Sam-poster ‘I want you in the US army’, maar doet ook denken aan een iconische foto van Jim Morrison van The Doors. Ineens zien we dat het verschijningsjaar van de bundel, 1971, ook in de hippietijd valt.

Daarmee krijgt dit Roodliederenboek alsnog een tweeslachtig karakter en wordt het extra boeiend.  Ik denk dat het een kantelmoment markeert. Je kunt eraan aflezen hoe twee tegenculturen elkaar aflossen. Het steile communisme moet plaatsmaken voor de meer ludieke hippiebeweging. Beide tegenculturen zetten zich af tegen de gevestigde orde, maar onderling zijn ze ook volstrekt onverenigbaar. Dit Roodliedboek is daar misschien een poging toe geweest, maar die was tot mislukken gedoemd. In 1975 werd de Socialistische Jeugd van Nederland opgeheven.

Jan Bos, 1 mei 2019. Blog 10

*** Ik blog af en toe over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Vivat Oranje en Nederland! Koninginnedag 1898

Kroningsliederen

Koninginnedag 1898 zou je de eerste ‘echte’ koninginnedag kunnen noemen. Op 31 augustus 1898, haar 18e verjaardag, werd Wilhelmina tot koningin gekroond. Eigenlijk was ze dat al sinds de dood van haar vader, koning Willem III, op 23 november 1890. Maar omdat ze aanvankelijk nog te jong was om te regeren trad haar moeder, koningin Emma, op als regentes. Op Wilhelmina’s verjaardag werd al een paar jaar koninginnedag gevierd (‘prinsessedag’ zolang haar vader nog leefde), maar die van 1898 was veel specialer. Aan dat kroningsfeest en die koninginnedag danken we een paar bijzondere liedboekjes, die her en der in het land verschenen zijn.

Dit gehavende bundeltje komt uit Leeuwarden. Ik ben het Fries helaas niet machtig, maar dat Keninginnedei ‘Koninginnedag’ betekent is niet moeilijk te raden. De keuze voor een oranje omslag is vast geen toeval. De foto lijkt een statieportret, waarbij de simpele leunstoel wel de troon zal moeten voorstellen die Wilhelmina nu bestegen heeft. In haar rechterhand hangt losjes de koninklijke scepter en met haar linkerhand probeert ze de koningsmantel op zijn plaats te houden. Voor de omlijsting lijkt de zetter al zijn sierstukken uit de letterkast gehaald te hebben.

De inhoud van het boekje bestaat uit het Friese volkslied plus een vijftal tweestemmige kinderliedjes, natuurlijk ook in het Fries. Ze zijn geschreven door Tjalling Eeltjes Halbertsma, die aan meer Friese liedbundels heeft bijgedragen. Dat het louter kinderliedjes zijn is niet zo verwonderlijk. 31 augustus was tevens de laatste dag van de zomervakantie en Koninginnedag had daardoor sterk het karakter van een kinderfeest.

In Nijmegen kwam iets heel vergelijkbaars uit, maar daar luidde de titel Kroningsliederen. Voor de omslag is dezelfde statiefoto gebruikt en er is weer extra werk gemaakt van de omlijsting. In dit geval is het hele boekje op oranje papier gedrukt (zie de eerste foto). De acht liedjes zijn speciaal voor de gelegenheid geschreven en lijken elkaar te willen overtreffen in pompeusheid en uitroeptekens. Ze waren ook los verkrijgbaar – voor een luttele cent per stuk. Dit is het eerste couplet van het eerste lied.

Vivat Oranje en Nederland! 
Wat blijde jubeldag!
Nu ’t feestgejuich aan alle kant
Voluit weergalmen mag!
Laat dreunen ’t schot!
Draagt aan het groen!
Ontsteekt het schittrendst licht!
Vlecht, jong en oud!
uw bloemfestoen
Met vroolijk aangezicht!
Vlecht, jong en oud!
uw bloemfestoen
Met vroolijk aangezicht!

Een heel andere opzet heeft Brabants trouw. Uitgegeven in groter formaat, op een betere kwaliteit papier en met een mooie litho van de jonge koningin op de omslag. Strikt genomen is het geen liedbundel maar een muziekstuk. Een gedicht van J.R. van der Lans is door Leon C. Bouman op muziek gezet. Het geheel wordt opgedragen aan de koninginnen Emma en Wilhelmina. De schrijver Jan van der Lans gebruikte vaak historische gebeurtenissen als stof voor zijn verhalen en gedichten. Zo ook in dit stuk voor mannenkoor en bariton.

Na de dood van Hertog Godfried II van Brabant in 1142 betwisten de heren van Grimbergen de opvolging door de pas tweejarige Godfried III en het regentschap van diens moeder Lutgard. Ze trekken op naar Brussel en bij Ransbeek komt het tot een hevige veldslag tussen de Brabanders en de Grimbergers. De laatsten lijken aan de winnende hand, maar als de nacht valt is de strijd nog niet beslist. In het donker wordt dan de kleine Godfried in zijn wieg aan een boomtak bij het slagveld gehangen. De volgende ochtend raken de Brabanders daardoor zo in vervoering dat zij alsnog de strijd winnen. Godfried III krijgt de bijnaam ‘de hertog in de wieg’ en wordt later de vader van Hendrik II, de stichter van ’s-Hertogenbosch.

Aanknopingspunten genoeg om ‘Brabants trouw’ aan de nieuwe koningin mee te bezegelen. Het slotkoor eindigt aldus:

U klinke ons lied, ’s Lands hooge Vrouw,
U, vorstelijk Maagdelijn!
’t Moge U de tolk van Brabants trouw,
Van Brabants liefde zijn!

J.P. Schaberg, schoolhoofd in Den Haag, was dol op herdenkingen. Over elk belangrijk historisch jubileum (50 jaar Slag bij Waterloo, 300 jaar Inname van Den Briel, 750 jaar Kerkhervorming) schreef hij een kinderboek. Ter gelegenheid van het 25-jarig koningschap van Willem III in 1874 publiceerde hij een bundeltje vaderlandse gezangen. Die gingen natuurlijk over de grootse daden en deugden van de koning, maar ook weer over het Ontzet van Leiden, de Victorie van Alkmaar en dergelijke. In het voorwoord schrijft hij: “De band, door God om Nederland en Oranje gelegd, moet gekend, erkend, gevoeld en bevestigd worden. Daartoe zijn vaderlandsche gezangen uitnemende hulpmiddelen.” De pathetische liederen zijn er dan ook naar. Je kunt je niet voorstellen dat enig schoolkind ze met plezier gezongen heeft, al beweert Schaberg van wel. Hoe dan ook, in 1898, bij de kroning van Wilhelmina, bracht hij het bundeltje opnieuw uit. Door in één lied vijf woorden te veranderen en het titelplaatje een beetje aan te passen was het hele liedboekje meteen weer zo goed als nieuw…

Verreweg het aardigste liedboekje heb ik voor het laatst bewaard. De Groningse onderwijzeres en kinderboekenschrijfster Katharina Leopold (ze dichtte onder meer het Sinterklaasliedje ‘O, kom er eens kijken’) schreef Het kroningsfeest. Zeven liedjes voor de kleintjes. Het verscheen in Den Haag. Papier en druk zijn zeer verzorgd. De afbeelding op de omslag is een aangepaste versie van die op de twee bovengenoemde bundeltjes. Wilhelmina lijkt hier wel op een duintop te staan. De suffe stoel is verdwenen en vervangen door het wapen van Nederland. Boven haar hoofd zweeft de koningskroon en een olijftak kondigt glorievolle tijden aan.

In het boekje zelf zijn goede foto’s opgenomen van Wilhelmina als baby, als ongeveer tienjarige en als achttienjarige, en ook koningin Emma is vereeuwigd. Maar het leukste zijn de zeven liedjes. In ‘Achttien jaar geleên!’ op de melodie van ‘De Zilvervloot’ zit het spannende en feestelijke niet in grote woorden, maar in de klanknabootsingen van de klokken, het gestommel op de zolder en het geklapper van de vlag in de wind. En in ‘Nog te klein’ weet Katharina Leopold een hele losse, Dick Bruna-achtige toon te treffen:

Haar Moeder zei: “Word maar heel knap,
Want koningin zijn is geen grap.
Een koningin, mijn Willemijn,
Moet baas van allen zijn.”

Jan Bos, 27 april 2019. Blog 9

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***