Baby- en peuterliedjes uit 1989.

(Voor Jiske)

Precies dertig jaar geleden, in 1989, verscheen dit bundeltje Baby- en peuterliedjes. Jonge ouders in Den Haag kregen het gratis mee op het consultatiebureau. Meer dan acht bladzijden telt het niet, de voor- en achterkant meegerekend. Dertien liedjes in totaal. Meer hoeft ook niet, want baby’s en peuters zijn dol op herhalingen. Het hele boekje lijkt qua opmaak eigenlijk nog het meest op een medische voorlichtingsfolder. Maar in dat korte bestek geeft het toch een prachtig tijdsbeeld.

Een aanstekelijk vrolijke tekening van Guusje Kaayk siert de omslag. Ik kan niet uitmaken of het een vader of een moeder is die hier ‘Zo rijdt een damespaard’ aan het zingen en het hopsen is. De peuter op schoot vindt het in elk geval prachtig. En de poes ook. Het speelgoedaapje in de kindervuist lijkt een speelse verwijzing naar het bekende en bekroonde prentenboek ‘Monkie’ van Dieter Schubert, dat drie jaar eerder verschenen was.

Dieter Schubert, Monkie. Rotterdam, Lemniscaat 1986

Ik denk dat die ouder met opzet genderneutraal getekend is – net als die peuter trouwens. Het hele boekje straalt aan alle kanten gelijkwaardigheid en goede bedoelingen uit. In een korte inleiding staat dat peuters ervan houden ‘om dichtbij papa of mama een liedje te zingen of een spelletje te doen’. De vaders zijn dus net zo belangrijk als de moeders. Liedbundels met titels als Met moeder zingen of Het spel van moeder en kind konden anno 1989 echt niet meer.

Uit de keuze van de liedjes blijkt ook op een andere manier dat iedereen erbij hoort en mee mag doen. Naast negen Nederlandse liedjes vinden we een Surinaams en een Marokkaans verjaardagsliedje, het aloude ‘Vader Jacob’ in het Turks, en een heel lang Marokkaans slaapliedje. (Slapen Marokkaanse kinderen zo slecht in?) In die samenstelling zie je duidelijk een streven naar een harmonische multiculturele samenleving.

Nog zo’n goede bedoeling is om kinderen tijdens het zingen te laten bewegen. Veel liedjes zijn ook bewegingsspelletjes, daar zijn ze op uitgekozen. De peuter kan paardje rijden bij ‘Het damespaard’, heen en weer wippen bij ‘Op een grote paddestoel’ en met zijn armpjes zwaaien bij ‘Zo gaat de molen’. Ouders worden nadrukkelijk aangemoedigd om al meteen met hun baby’s die spelletjes te gaan spelen.

En het wordt nog educatief verantwoorder als het kindje tegelijk van alles over zijn lichaam leert. Daarvoor dienen benoemversjes als ‘Naar bed, naar bed, zei Duimelot’ en ‘Mag ik in jouw straatje lopen’ en ‘Twee handjes op de schouders’. Bij elk zinnetje wordt tussen haakjes uitgelegd welk gebaar daarbij hoort. Op internet zijn tegenwoordig heel veel sites met voorgespeelde baby- en peuterliedjes te vinden, maar daar was het in 1989 nog te vroeg voor. Maar je kon wel gratis een videofilm lenen waar bijna alle liedjes op te horen én te zien waren.

Bij het allerlaatste liedje, ‘Slaap, slaap gerust’ vroeg ik me af of de politieke correctheid niet een beetje was doorgeslagen. Er zijn veel varianten op dit liedje, maar allemaal hebben ze gemeen dat het engeltjes zijn die trouw de wacht zullen houden bij het slapende kindje. Hier worden ineens kabouters tevoorschijn getoverd. Was dat om elke verwijzing naar welke geloofsrichting dan ook te weren?

Hoe dan ook, Baby- en peuterliedjes is een zeer verantwoord maar ook leuk, simpel liedboekje, waar alle Haagse baby’s uit 1989 hele blije en gelukkige mensen van geworden kunnen zijn.

Jan Bos, 9 mei 2019. Blog 12

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Ter herinnering aan het Vredesfeest, Rotterdam, 1945

Dit is het meest aandoenlijke liedboekje uit mijn verzameling.

Op Rotterdam-Zuid, vlakbij het Feyenoordstadion, net aan de andere kant van de spoorlijn, stond de 2e Joh. Bogermanschool. Daar werd op zaterdag 30 juni 1945 een vredesfeest georganiseerd. Nog geen twee maanden eerder was de oorlog geëindigd. Het centrum van Rotterdam lag nog in puin. Maar de stad was eindelijk vrij.

Ter herinnering aan dat vredesfeest wordt een klein liedboekje uitgegeven met de teksten van toen gezongen liedjes. De datum is op de omslag met de pen aangepast. Kennelijk stond het feest aanvankelijk voor eerder in de maand gepland; waarschijnlijk stond er eerst 23 juni.

Het boekje telt maar acht liedjes. Meer hoeft ook niet. Het aandoenlijke zit hem in de plaatjes. Die zijn gemaakt door een onbekend kind, deels getekend, deels geplakt met stukjes gekleurd papier. Samen met de liedjes laten ze zien wat de vrede in 1945 voor kinderen betekende: een kinderoptocht met vlaggetjes – vader die eindelijk weer thuiskomt – Canadese vliegtuigen die ‘kaakjes en nog heel veel meer’ brengen – de school met een grote oranje vlag en bloemen voor de ramen…

Ik laat hier het hele boekje zien.

Natuurlijk zijn er veel meer van die boekjes gemaakt, door allerlei schoolkinderen. Je kunt je voorstellen hoe ze er hun best op hebben zitten doen. Misschien hielp het ze een beetje om hun trauma’s te verwerken.

Een vergelijkbaar liedboekje is te vinden in Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, Eigen nummer G-1). Maar helemaal identiek is het niet. Natuurlijk zijn de plaatjes anders, want die maakte ieder op zijn eigen manier. Maar ook de titelpagina wijkt af en deels bevat het andere liedjes. Als datum draagt het 5 mei 1945. Dat is de dag van de Duitse capitulatie; je kunt je moeilijk voorstellen dat er op dezelfde dag al een georganiseerd feest mét een gedrukt liedboekje was. In dit geval is de datum dus niet die van het vredesfeest zelf, maar van de reden voor het feest. De uitgever is de Vereeniging voor C.V.O. (Christelijk Voortgezet Onderwijs) te Feijenoord en Hillesluis (twee wijken in Rotterdam Zuid). De 2e Johannes Bogermanschool zal daar deel van uitgemaakt hebben. Waarom er deels andere teksten in opgenomen zijn, laat zich lastig verklaren. Misschien was het voor oudere schoolkinderen bestemd. Dankzij de website van Museum Rotterdam kan ik ook alle liedjes en plaatjes uit dat liedboekje hier laten zien.


Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, omslag)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 2-3)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 4-5)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 6-7)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 8-9)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 10-11)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 12-13)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 14-15)

Museum Rotterdam (Inventarisnummer 7688, G-1, p. 16-17)

De plaatjes zien er veel beter uit dan die in mijn eigen exemplaar. Ze lijken gemaakt door een ouder kind, met meer artistieke aanleg. Of misschien wel door een leerkracht. Op de voorkant staat de naam van Mej. Zinkweg. Op Schoolbank zijn leerkrachten van die naam te vinden, zij het niet gekoppeld aan Rotterdam. Maar mooi of niet, beide liedboekjes geven een onvervangbaar beeld van wat een van de eerste bevrijdingsfeesten in Nederland geweest moet zijn.

Jan Bos, 5 mei 2019. Blog 11.

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

1 mei. Dag van de Arbeid. Dag van het rode lied

Op 1 mei 1971 verscheen het Roodliederenboek van de SJ. In dit geval staat SJ niet voor de jezuïetenorde (Societas Jesu), maar voor Socialistische Jeugd van Nederland. En die Socialistische Jeugd mag ook zeker niet verward worden met de Jonge Socialisten, de jongerenorganisatie van de Partij van de Arbeid.

De Socialistische Jeugd was een radicaal-socialistische beweging uit de jaren ’60 en ’70 van de twintigste eeuw. Met onder meer protestdemonstraties en bezettingen zetten ze zich in voor de klassenstrijd en tegen het grootkapitaal. Ze waren opruiend genoeg om door de Inlichtingendiensten in de gaten te worden gehouden, maar daar was in die tijd ook weer niet zo heel veel voor nodig. Tot hun meer gematigde activiteiten behoorde het uitgeven van het tijdschrift Esjee en van de ‘Roodfrontreeks’. Als deel 3 in die reeks kwam dit Roodliederenboek uit.

Het Roodliederenboek van de SJ staat min of meer aan het eind van de traditie van deze socialistische zangbundels. Het is in verschillende opzichten opmerkelijk en uiteindelijk verrassend. Laten we beginnen bij de kleur. Rood is de kleur van het communisme/socialisme. “Het rode vaandel volgen wij.” Als socialistische liederenbundels een (steun-)kleur hebben voor omslag, belettering of illustratie, dan is dat altijd rood; dat is op de foto hierboven goed te zien. Waarom is dan voor dit liedboek, met zelfs het woord ‘rood’ in de titel, gekozen voor oranje? Was dat bedoeld als provocatie, of als geintje?

Wie voor de samenstelling van de inhoud verantwoordelijk was, wordt niet vermeld. Het boekje zet meteen de toon met ‘De Internationale’ in het Frans, Duits en Nederlands en bevat vooral internationale revolutionaire liederen. Enkele dateren oorspronkelijk al van de Franse revolutie en er zijn ook een paar Spaanse en Italiaanse bij. Maar de meeste zijn geput uit het Duitse arsenaal van bekende twintigste-eeuwse tekstschrijvers en componisten als Bertolt Brecht en Hanns Eisler. Sommige liederen zijn voorzien van muzieknotaties, die dan steeds uit een Duitse bron zijn overgenomen. De soms bijgeleverde Nederlandse vertalingen ken ik niet van elders. Ik heb de indruk dat die vertalingen speciaal voor dit boekje gemaakt werden en zelden gezongen zijn.

Wat nu vooral opvalt aan de liederen is de verbetenheid, de grimmigheid en het militarisme. Er wordt wat afgemarcheerd, op barricades gestaan en bloed geofferd! De strijd is compromisloos en genadeloos. De harde, zwarte illustraties ademen diezelfde sfeer. Portretten van Marx en Lenin tekenen de achtergrond van de bundel, maar brengen echt geen vrolijkheid teweeg. Tussendoor staan een paar korte teksten over de historische achtergrond van de liederen en enkele advertenties voor langspeelplaten met revolutionaire teksten en strijdliederen.

En wat is het allemaal lelijk gedaan! Die vroege socialistische zangbundels waren over het algemeen goedkoop maar netjes geproduceerd. Dit boekje lijkt met behulp van stencilmachine en fotokopieerapparaat opzettelijk slordig, ‘arbeideristisch’, in elkaar geflanst. De druk van de notenbalken is soms nauwelijks leesbaar. De afbeeldingen lijken kopieën van kopieën van kopieën. De ambtelijke paginanummering (streepje – spatie – nummer – spatie – streepje midden onderaan de bladzijde) lijkt aangebracht door iemand die net van Schoevers afkwam. Zelfs de advertenties zijn zo onaantrekkelijk als maar kan.

Van de 64 bladzijden zijn de laatste tien gereserveerd voor een viertal toen actuele Nederlandse liederen. In twee daarvan worden -traditiegetrouw- geestverwanten op de korrel genomen die niet radicaal genoeg zijn. In het sarcastische ‘P.v.d.A.-marslied’ wordt de PvdA verweten te heulen met de NATO, de liberalen en het grootkapitaal. En in het ‘H-Bom’ lied krijgt de zachtmoedige P.S.P. (de toenmalige Pacifistisch Socialistische Partij) ervan langs.

De twee laatste liederen uit het boekje (zonder titel en ook zonder wijsaanduiding) hebben betrekking op de Maagdenhuis-bezetting uit 1969, waar de Socialistische Jeugd actief aan deelnam. Het Maagdenhuis was het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam en met de bezetting wilden studenten inspraak in het beleid afdwingen.

Maar toch – hoe fel en hard die vier Nederlandse liedjes ook zijn, de sfeer ervan is anders dan in de andere liederen. Verwijzingen naar opmarcherende arbeidershorden ontbreken. Verbeten agressiviteit heeft plaatsgemaakt voor bijtende spot. En een paar toepasselijke Vader en Zoon-cartoons van Peter van Straten zorgen onverwacht ook voor een beetje humoristische relativering na de dodelijke ernst van de rest van de bundel.

Ook de achterkant van het boekje is een verademing. De tekening is natuurlijk een persiflage op de bekende Uncle Sam-poster ‘I want you in the US army’, maar doet ook denken aan een iconische foto van Jim Morrison van The Doors. Ineens zien we dat het verschijningsjaar van de bundel, 1971, ook in de hippietijd valt.

Daarmee krijgt dit Roodliederenboek alsnog een tweeslachtig karakter en wordt het extra boeiend.  Ik denk dat het een kantelmoment markeert. Je kunt eraan aflezen hoe twee tegenculturen elkaar aflossen. Het steile communisme moet plaatsmaken voor de meer ludieke hippiebeweging. Beide tegenculturen zetten zich af tegen de gevestigde orde, maar onderling zijn ze ook volstrekt onverenigbaar. Dit Roodliedboek is daar misschien een poging toe geweest, maar die was tot mislukken gedoemd. In 1975 werd de Socialistische Jeugd van Nederland opgeheven.

Jan Bos, 1 mei 2019. Blog 10

*** Ik blog af en toe over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Vivat Oranje en Nederland! Koninginnedag 1898

Kroningsliederen

Koninginnedag 1898 zou je de eerste ‘echte’ koninginnedag kunnen noemen. Op 31 augustus 1898, haar 18e verjaardag, werd Wilhelmina tot koningin gekroond. Eigenlijk was ze dat al sinds de dood van haar vader, koning Willem III, op 23 november 1890. Maar omdat ze aanvankelijk nog te jong was om te regeren trad haar moeder, koningin Emma, op als regentes. Op Wilhelmina’s verjaardag werd al een paar jaar koninginnedag gevierd (‘prinsessedag’ zolang haar vader nog leefde), maar die van 1898 was veel specialer. Aan dat kroningsfeest en die koninginnedag danken we een paar bijzondere liedboekjes, die her en der in het land verschenen zijn.

Dit gehavende bundeltje komt uit Leeuwarden. Ik ben het Fries helaas niet machtig, maar dat Keninginnedei ‘Koninginnedag’ betekent is niet moeilijk te raden. De keuze voor een oranje omslag is vast geen toeval. De foto lijkt een statieportret, waarbij de simpele leunstoel wel de troon zal moeten voorstellen die Wilhelmina nu bestegen heeft. In haar rechterhand hangt losjes de koninklijke scepter en met haar linkerhand probeert ze de koningsmantel op zijn plaats te houden. Voor de omlijsting lijkt de zetter al zijn sierstukken uit de letterkast gehaald te hebben.

De inhoud van het boekje bestaat uit het Friese volkslied plus een vijftal tweestemmige kinderliedjes, natuurlijk ook in het Fries. Ze zijn geschreven door Tjalling Eeltjes Halbertsma, die aan meer Friese liedbundels heeft bijgedragen. Dat het louter kinderliedjes zijn is niet zo verwonderlijk. 31 augustus was tevens de laatste dag van de zomervakantie en Koninginnedag had daardoor sterk het karakter van een kinderfeest.

In Nijmegen kwam iets heel vergelijkbaars uit, maar daar luidde de titel Kroningsliederen. Voor de omslag is dezelfde statiefoto gebruikt en er is weer extra werk gemaakt van de omlijsting. In dit geval is het hele boekje op oranje papier gedrukt (zie de eerste foto). De acht liedjes zijn speciaal voor de gelegenheid geschreven en lijken elkaar te willen overtreffen in pompeusheid en uitroeptekens. Ze waren ook los verkrijgbaar – voor een luttele cent per stuk. Dit is het eerste couplet van het eerste lied.

Vivat Oranje en Nederland! 
Wat blijde jubeldag!
Nu ’t feestgejuich aan alle kant
Voluit weergalmen mag!
Laat dreunen ’t schot!
Draagt aan het groen!
Ontsteekt het schittrendst licht!
Vlecht, jong en oud!
uw bloemfestoen
Met vroolijk aangezicht!
Vlecht, jong en oud!
uw bloemfestoen
Met vroolijk aangezicht!

Een heel andere opzet heeft Brabants trouw. Uitgegeven in groter formaat, op een betere kwaliteit papier en met een mooie litho van de jonge koningin op de omslag. Strikt genomen is het geen liedbundel maar een muziekstuk. Een gedicht van J.R. van der Lans is door Leon C. Bouman op muziek gezet. Het geheel wordt opgedragen aan de koninginnen Emma en Wilhelmina. De schrijver Jan van der Lans gebruikte vaak historische gebeurtenissen als stof voor zijn verhalen en gedichten. Zo ook in dit stuk voor mannenkoor en bariton.

Na de dood van Hertog Godfried II van Brabant in 1142 betwisten de heren van Grimbergen de opvolging door de pas tweejarige Godfried III en het regentschap van diens moeder Lutgard. Ze trekken op naar Brussel en bij Ransbeek komt het tot een hevige veldslag tussen de Brabanders en de Grimbergers. De laatsten lijken aan de winnende hand, maar als de nacht valt is de strijd nog niet beslist. In het donker wordt dan de kleine Godfried in zijn wieg aan een boomtak bij het slagveld gehangen. De volgende ochtend raken de Brabanders daardoor zo in vervoering dat zij alsnog de strijd winnen. Godfried III krijgt de bijnaam ‘de hertog in de wieg’ en wordt later de vader van Hendrik II, de stichter van ’s-Hertogenbosch.

Aanknopingspunten genoeg om ‘Brabants trouw’ aan de nieuwe koningin mee te bezegelen. Het slotkoor eindigt aldus:

U klinke ons lied, ’s Lands hooge Vrouw,
U, vorstelijk Maagdelijn!
’t Moge U de tolk van Brabants trouw,
Van Brabants liefde zijn!

J.P. Schaberg, schoolhoofd in Den Haag, was dol op herdenkingen. Over elk belangrijk historisch jubileum (50 jaar Slag bij Waterloo, 300 jaar Inname van Den Briel, 750 jaar Kerkhervorming) schreef hij een kinderboek. Ter gelegenheid van het 25-jarig koningschap van Willem III in 1874 publiceerde hij een bundeltje vaderlandse gezangen. Die gingen natuurlijk over de grootse daden en deugden van de koning, maar ook weer over het Ontzet van Leiden, de Victorie van Alkmaar en dergelijke. In het voorwoord schrijft hij: “De band, door God om Nederland en Oranje gelegd, moet gekend, erkend, gevoeld en bevestigd worden. Daartoe zijn vaderlandsche gezangen uitnemende hulpmiddelen.” De pathetische liederen zijn er dan ook naar. Je kunt je niet voorstellen dat enig schoolkind ze met plezier gezongen heeft, al beweert Schaberg van wel. Hoe dan ook, in 1898, bij de kroning van Wilhelmina, bracht hij het bundeltje opnieuw uit. Door in één lied vijf woorden te veranderen en het titelplaatje een beetje aan te passen was het hele liedboekje meteen weer zo goed als nieuw…

Verreweg het aardigste liedboekje heb ik voor het laatst bewaard. De Groningse onderwijzeres en kinderboekenschrijfster Katharina Leopold (ze dichtte onder meer het Sinterklaasliedje ‘O, kom er eens kijken’) schreef Het kroningsfeest. Zeven liedjes voor de kleintjes. Het verscheen in Den Haag. Papier en druk zijn zeer verzorgd. De afbeelding op de omslag is een aangepaste versie van die op de twee bovengenoemde bundeltjes. Wilhelmina lijkt hier wel op een duintop te staan. De suffe stoel is verdwenen en vervangen door het wapen van Nederland. Boven haar hoofd zweeft de koningskroon en een olijftak kondigt glorievolle tijden aan.

In het boekje zelf zijn goede foto’s opgenomen van Wilhelmina als baby, als ongeveer tienjarige en als achttienjarige, en ook koningin Emma is vereeuwigd. Maar het leukste zijn de zeven liedjes. In ‘Achttien jaar geleên!’ op de melodie van ‘De Zilvervloot’ zit het spannende en feestelijke niet in grote woorden, maar in de klanknabootsingen van de klokken, het gestommel op de zolder en het geklapper van de vlag in de wind. En in ‘Nog te klein’ weet Katharina Leopold een hele losse, Dick Bruna-achtige toon te treffen:

Haar Moeder zei: “Word maar heel knap,
Want koningin zijn is geen grap.
Een koningin, mijn Willemijn,
Moet baas van allen zijn.”

Jan Bos, 27 april 2019. Blog 9

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Liederen bij het huwelijk van Juliana en Bernhard

De Volkskrant bericht vandaag over het spelen van het Duitse volkslied (“Deutschland, Deutschland über alles”) en het zeer omstreden Horst Wessellied van de Nazi’s (“Die Fahne hoch! Die Reihen fest geschlossen!”) tijdens het gala op 5 januari 1937 ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van prinses Juliana en Prins Bernhard. Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard hadden erop gestaan dat beide liederen ten gehore zouden worden gebracht. De vaste huisdirigent van de Oranjes, Peter van Anrooy, en vijfentwintig orkestleden weigerden echter principieel om het Horst Wessellied te spelen. Van Anrooy werd voor het concert vervangen en daarna ontslagen. Zie ook https://historiek.net/horst-wessel-lied-juliana-bernhard/68722/.

Ter gelegenheid van het huwelijk van Juliana en Bernhard verschenen er ook zangbundels om plaatselijke feesten op te luisteren. Daarbij deed zich een opmerkelijk verschijnsel voor dat een beetje doet denken aan de controverse over het Horst Wessellied – maar op een onschuldiger schaal.

De Zangbundel bevattende nationale liederen uitgegeven ter gelegenheid van het huwelijk van H.K.H. prinses Juliana en Z.D.H. prins Bernhard 7 januari 1934 ken ik in twee varianten. De een is uitgegeven door ‘het Gezamenlijk plaatselijk feestcomité en de oudercommissie de O.L. School Hellum’, de andere door ‘de Regelingscommissie te Marum Kruisweg’. (Hellum en Marum zijn twee dorpen in Groningen; ze maken nu deel uit van de gemeentes Midden-Groningen en Westerkwartier.) Beide versies van de zangbundel zijn gedrukt door drukkerij Mercuur in de stad Groningen. Ze tellen zestien pagina’s. Het papier heeft de tand des tijds niet geweldig doorstaan.

De omslagen hebben een toepasselijke oranje kleur en zijn aan de voorkant identiek – op de namen van de feestcommissies na. In Hellum hebben ze daarbij gelaten, maar in Marum hebben plaatselijke middenstanders, ‘beleefd aanbevelend’, op de binnenzijden en de achterkant reclame laten zetten. Dat zal wat extra geld voor het feest in het laatje hebben gebracht. Nu bieden die advertenties een boeiend tijdsbeeld en roepen ze bijvoorbeeld de vraag op wat voor drankje een ‘Oranje Bernhard’ kan zijn geweest. Kostte 25 cent.

Het meest opmerkelijke verschil tussen de twee bundels zit echter in de inhoud. De eerste bladzijde toont in beide gevallen een vrolijke foto van het koninklijke bruidspaar. In het boekje uit Hellum biedt de tweede pagina een jubelende wens voor een lang en gelukkig huwelijksleven; in Marum wordt daar het feestprogramma van de “Oranje-Bruiloft” op 7 januari afgedrukt. Op de derde bladzijde staat in beide boekjes koningin Wilhelmina en daarna volgen twaalf identieke pagina’s met de volgende vaderlandse gezangen. (Ik geef tussen haakjes de beginregels als die bekender zijn dan de officiële benamingen.)

Wilhelmus
Mein Lipperland (Lippe’s volkslied; Bernhard was Prins van Lippe-Biesterfeld)
Volkslied (‘Wien Neêrlandsch bloed door d’adren vloeit’)
Wilt heden nu treden
Een lied van Nederland (‘Alle man van Neêrlands stam’)
Hollands vlag
Mijn Nederland (‘Waar de blanke top de duinen’)
Een draaiersjongen (‘In een blauwgeruiten kiel’)
Naar zee (‘Ferme jongens, stoere knapen’)
Een liedje van Koppelstok (‘In naam van Oranje, doet open de poort’)
De zilvervloot
Marschlied (‘’t Is plicht dat ieder jongen’)
Pagina 4-5 van beide bundels

Maar nu komt het. Het laatste lied in Hellum is de hieronder afgebeelde ‘Lippe Detmold Marsch’. Het lied is speciaal voor het huwelijk van Juliana en Bernhard geschreven en bevat in veertien regels alle clichés  die je kunt verwachten: ‘oude mooie vorstenstad’, ‘roemrijk vorstenhuis’, ‘hoop van Nederland’, ‘Prins-Gemaal’, ‘heugelijk verbond’, ‘koningskind’ ‘gouden letters’, ‘liefde’, ‘Oranje’.

Bundel Hellum, p. 16

Niets mis mee, heel passend natuurlijk. Maar in de bundel uit Marum is het niet opgenomen. Vond men daar één lied met ‘Lippe’ in de titel al meer dan genoeg en werd het daarom verbannen? In het Marumse boekje staat verrassenderwijs als laatste lied het komische en hoogst ironische ‘De schutterij’ van J.H. Speenhoff. En daarmee wordt, met name in het laatste couplet, al dat officiële vaderlandslievende gedoe magnifiek onderuit gehaald.

Bundel Marum, p. 16

Zat er soms een heimelijke anti-orangist in de Regelingscommissie te Marum Kruisweg?

Jan Bos, 26 april 2019. Blog 8

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Bim bam beieren…

Het is vandaag Pasen en ik vraag me af: is Bim bam beieren een paasliedje? Ik heb het nooit als zodanig ergens opgenomen gezien, maar het lijkt me niet ondenkbaar.

Het is in elk geval een erg oud liedje. In negentiende-eeuwse verzamelbundels met kinderrijmpjes komt het al voor. De tekst kent een paar varianten, zoals zo vaak met oude volksliedjes, maar dit is wel de meest gangbare:

Bim bam beieren
De koster lust geen eieren
Wat lust hij dan?
Spek in de pan
O, wat een lekkere koster, dan!

Bim bam beieren: kerkklokken dus, en eieren. Die elementen doen toch sterk aan Pasen denken. In de katholieke traditie worden er op Goede Vrijdag geen klokken geluid, omdat dat niet passend zou zijn op de dag van de kruisdood van Christus. Aan kinderen werd vroeger verteld dat de klokken dan allemaal naar Rome waren gevlogen om daar gezegend te worden. En op de terugweg namen ze eieren mee die je met Pasen kon vinden!

Folkloristische naslagwerken melden bovendien dat het in Brabant, Limburg en Vlaanderen gebruikelijk was dat kinderen in de week voor Pasen bij boeren in de omtrek om eieren gingen bedelen. Soms deed daar ook de koster aan mee, als begeleider, of om eieren te innen ten behoeve van de pastoor. In Limburg kreeg de pastoor 30 %, de koster 70 %, aldus Catharina van der Graft in Nederlandse volksgebruiken bij hoogtijdagen. Was de koster uit het liedje er dan een die beweerde dat de hele opbrengst aan eieren naar de pastoor zou gaan, omdat hij ze toch niet lustte? Hij heeft immers liever gebakken spek. Maar wat hoort er bij dat spek? – Gebakken eieren natuurlijk! Lekkere jongen, die koster…

Er zijn veel meer kerstliedjes dan paasliedjes. Er zijn ook liedboekjes met uitsluitend kerstliedjes, maar ik ken geen paasliedbundels. Het hier afgebeelde boekje is ook zeker geen paasliedboekje. Maar opmerkelijk is het wel. Het is in feite één lange strook papier met vijf kinderliedjes. Hij meet maar liefst 106 x 13 centimeter; de achterkant is blanco. Die strook is in vijf delen gevouwen, zodat hij als een harmonica kan worden uitgeklapt. Zo’n harmonicaboekje heet ook wel een leporello. De eerste vier vouwdelen bevatten alleen de titels van de liedjes, met een bijbehorende tekening. Op het laatste deel zijn alle teksten gedrukt

Doordat er achteraan ruimte moest zijn voor de teksten, vallen de vouwen niet precies samen met de plaatjes. Zo is bij Bim bam beieren ook al een stuk te zien van het zeil dat hoort bij het volgende lied: Schuitje varen, theetje drinken. De andere liedjes zijn Iene miene mutten, Hop Marjanneke en Moriaantje.

Een aanduiding van uitgever en plaats en jaar van uitgave ontbreekt geheel. Ook naar de tekenaar tasten we in het duister. Qua vormen en kleuren denk ik aan de jaren ’60 van de vorige eeuw. Alfons van Heusden misschien, of een jonge Max Velthuijs? De hele strook heeft eigenlijk veel weg van een reclame-uitgave of een “snoepje van de week” van kruidenier De Gruyter vroeger. Maar een firmanaam is ook al niet te vinden. Toch staat er onderaan het laatste vouwblad wel een belangrijke mededeling: ‘Er zijn nog vier andere stroken’. Dat klopt. Dit zijn ze alle vijf.

Ze hebben allemaal dezelfde opbouw en vormgeving: lange kleurrijke stroken met vijf liedtitels en tekeningen en aan het eind de bijbehorende teksten. Maar geen van alle vertellen ze op wiens conto deze liedboekjes geschreven mogen worden.

Dit blog bevat meer vragen dan antwoorden. Maar de belangrijkste vraag heb ik voor het laatst bewaard. Zijn deze papieren harmonicastroken, zonder enige uitgaveverantwoording, eigenlijk wel boekjes? Misschien zijn het alleen maar leuke versieringen om tegen de wand van een kinderkamer te plakken… Vrolijk Pasen!

Jan Bos, 21 april 2017. Blog 7.

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***

Lux Top 10 Douche Song Boek

‘Klimaat noopt tot minder lang douchen’ kopte de Volkskrant deze week op de voorpagina. Dat kon wel eens de doodsteek worden voor een zeer bijzonder liedboekgenre: het doucheliedboek. Want minder tijd om te douchen betekent ook minder tijd om te zingen onder de douche. En als je minder kunt zingen, heb je ook geen behoefte meer aan een uitgebreid repertoire.

Nu waren doucheliedboekjes toch al een uiterst zeldzaam genre. Eigenlijk ken ik er in Nederland maar één van: het Lux top 10 douche song boek. Het zal ergens in de jaren ’80 door zeepfabrikant Lux zijn uitgebracht, wellicht als een gratis reclameboekje bij een familieverpakking shampoo of zo. Gegevens over jaar en plaats van verschijning of over drukker en uitgever ontbreken. Het heeft geen ISBN en er is geen bibliotheek in Nederland die een exemplaar bezit. Maar er is wel goed over de productie nagedacht, want het is gedrukt op watervast papier en het heeft een handig perforatiegaatje zodat het makkelijk aan een touwtje in de douche opgehangen kan worden. De tekening op voor- en achterzijde toont een uitbundige zanger die zijn aanstekelijke energie natuurlijk te danken heeft aan Lux zeep en dit songbook. Het plaatje vertoont bovendien het altijd weer intrigerende Droste-effect. De onbekende illustrator had alleen niet zoveel kaas gegeten van muzieknoten.

Als je de titel mag geloven bestaat de inhoud uit de Top 10 van douche songs. Ik ben heel benieuwd op wat voor onderzoek dat gebaseerd is. Zou er een enquête onder het Lux fabriekspersoneel gehouden zijn met de vraag wat ze altijd zingen onder de douche? Of heeft een reclamebureau rondgebeld bij internationaal befaamde zangers en zangeressen? Het is in elk geval een zeer bijzondere selectie. Engels, Nederlands, Frans, Italiaans, hits, twee spirituals en het Wilhelmus! Voor elk wat wils. En stuk voor stuk inderdaad heel geschikt voor gegalm in de badkamer.

Dit zijn alle nummers:

We are the champions (Queen)
Singin’ in the rain (heel toepasselijk)
When the Saints go marching in
O sole mio 
He’s got the whole world in His hands 
My bonnie is over the ocean
Ben (Michael Jackson)
Sur le pont d’Avignon
Geef mij maar Amsterdam
Wilhelmus van Nassouwe

In Nederland ken ik geen ander doucheliedboek, schreef ik al, maar er zijn voorbeelden van elders. Mijn verzameling liedbundels beperkt zich eigenlijk tot Nederlandse boekjes, maar uit andere landen heb ik ook wel eens oude of curieuze exemplaren meegenomen. In die laatste categorie vallen drie Amerikaaanse Shower songbooks, helemaal van plastic. Die dateren ook uit de jaren ’80 en hebben mogelijk als idee gediend voor het Nederlandse boekje. Ze zijn bij een echte uitgever verschenen (de Steam Press, in Cambridge, Massachusetts), hebben een ISBN en mogen dus als volwaardige publicaties worden beschouwd. In verschillende Amerikaanse bibliotheken zijn ze ook te vinden.

De inhoud is in zekere zin vergelijkbaar met die van het Lux Top 10 Douche Song Boek, maar zoals verwacht kon worden zijn vrijwel alle teksten Engels/Amerikaans. Toch ontbreekt ook hier ‘O sole mio’ niet. Het meest toepasselijke nummer is ongetwijfeld ‘I’m gonna wash that man right outa my hair’, een Rogers & Hammerstein liedje uit de musical South Pacific (1949).

Jan Bos, 20 april 2019. Blog 6.

*** Ik schrijf af en toe een blog over liedboekjes uit mijn verzameling. ***