Utrecht, 1837. Elke vrijdagavond komt een clubje theologiestudenten bij elkaar met de bedoeling om zich samen verder bekwamen in het Hebreeuws. Kennis van die taal is een vast onderdeel van de predikantenopleiding. Maar daarnaast moet er op die avonden ook ruimte zijn voor ontspanning en vermaak. ‘Voor alles is er een tijd’ heet het gezelschap … Doorgaan met het lezen van Een studentenliedboek uit 1837, met een briefje
